Tapas

Een jaar of tien, vijftien geleden was er nog nauwelijks sprake van de Spaanse keuken. Alleen de paella was redelijk bekend. Intussen is er veel veranderd: de Iberische droge hammen zijn de beste, en de duurste, ter wereld; Spanje is de belangrijkste Europese producent van de gezondste vetstof, olijfolie. En, iedereen heeft de Spaanse tapas ontdekt, de overheerlijke hapjes die bij een drankje, meestal wijn, bier of sherry, wordt geserveerd.


Het woord tapas komt van tapa, dat deksel betekent. Tapa verwijst naar het bordje waarmee men het wijnglas bedekte tegen de vliegen. Op dit bordje kwam dan een plakje chorizo en een paar olijven. De traditie was geboren.
Tapas worden voornamelijk rond lunchtijd gegeten. Het spitsuur ligt tussen 13 en 14 uur. Er bestaan geen regels in de volgorde van de gerechten, hoewel men meestal met iets kouds begint, en daarna overgaat tot de warme gerechten.
In Spanje bestaan de tapasgerechten uit verschillende groottes: in kleine hoeveelheden bij een drankje. Dit zijn de originele tapas. Daarnaast bestaan er raciones, die zijn verdeeld in medium of groot. Drie gerechten van de medium variant is een maaltijd, één grote portie is een complete maaltijd. Bekende tapas zijn o.a. albondigas (gehaktballetjes in tomatensaus), gevulde champignons, serrano- of ibericoham, chorizo, gazpacho, olijven en ansjovis.



Andre van Luttikhuizen