Macrofotografie

Met macrofotografie kun je onderwerpen zo vastleggen dat ze toch bijzonder worden. Doordat je je onderwerp van heel dichtbij fotografeert zie je dingen ineens in een heel ander perspectief.
Bij macrofotografie zit je zo dicht op je onderwerp dat je scherptediepte eigenlijk altijd heel klein is. Het is daarom nodig om een klein diafragma (hoog getal) te gebruiken. f/11 bij een spiegelreflex of hoger is vaak noodzakelijk om voldoende scherptediepte te krijgen. Anders is de scherptediepte zo klein dat je onderwerp al snel onvoldoende scherp is of door een minimale beweging onscherp wordt. Zorg tevens voor een rustige achtergrond.
De sluitertijd moet minimaal 1/100ste zijn. Sneller kan ook, vooral als je onderwerp beweegt. Bij een statisch onderwerp en gebruik van een statief kun je natuurlijk wel een langere sluitertijd gebruiken.
Bij macrofotografie stel je bij voorkeur handmatig scherp. Start met autofocus en stel handmatig de scherpte bij.
Oefen dicht bij huis, in de tuin, op je balkon of langs vijvers in de wijk. Bloemen en bijen of vlinders zijn gewilde onderwerpen. Probeer 's morgens vroeg te fotgraferen als er nog druppels op de blaadjes zitten. Dit geeft een mooi effect.
Een macro-objectief is een specialistisch en duur objectief. Een goedkoop alternatief is het gebruik van een close-up lens. Deze draai je op je objectief. Compactcamera's hebben vaak hele goede mogelijkheden voor macrofotografie. Vanwege de kleine CCD heb je met een groot diafragma nog genoeg scherpte. Zet je voorkeuze op het bloemetje of gebruik, indien aanwezig, de digitale zoomoptie. Je kunt hier hetzelfde mee bereiken als een macro-objectief.

Andre van Luttikhuizen